snoeper

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van snoeper?

snoeper betekent: liefhebber van zoetigheden

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. liefhebber van zoetigheden
  2. liefhebber van vrouwen

Voorbeelden van "snoeper" in een zin

  • Slakken. Strooi tegen het vallen van de avond paneermeel op een tegelpad vlak bij begroeiing. Wacht een paar uur, vang de snoepers en laat ze ergens vrij waar ze geen kwaad kunnen. Of vul een jampotje zonder deksel met bier en graaf het in de grond, laat het glas ongeveer een centimeter boven de grond uitsteken. De slakken verdrinken erin.25 {{Aut|Groothuis, Diet
  • Indra kijkt op de klok. Het laatste uur is bijna voorbij. Heike kan over een kwartiertje bij haar zijn. Ze heeft zin om haar vriendin te verrassen. Maar waarmee? Heike is geen snoeper. Ineens weet ze iets. Gisteravond heeft ze hun lievelingsnummer gedownload. {{Aut|Slee, Carry
  • ‘En dat is goed nieuws voor snoepers die moeilijk maat kunnen houden.’ ‘Zo’n hersluitbare verpakking openen, is een psychologische drempel die ons telkens weer doet nadenken, al is het maar voor even’, zegt Van Kerckhove. de Standaard 10/juli/2017 door Kristof Simoens

Betekenis en uitleg van snoeper

Een snoeper is iemand die graag zoetigheden eet, zoals snoep, chocolade of andere lekkernijen. Het woord roept vaak beelden op van kinderen die met een blij gezicht hun favoriete snoepjes tevoorschijn halen.

Je gebruikt het woord snoeper meestal in informele situaties, bijvoorbeeld als je het hebt over iemand die een voorliefde heeft voor zoetigheid. Het kan ook een lieve of speelse connotatie hebben, vooral wanneer je het over kinderen of iemand met een onschuldige liefde voor snoep hebt. Soms kan het ook een beetje negatief worden gebruikt, wanneer iemand te veel snoep eet.

Voorbeelden

  • Tijdens het verjaardagsfeestje was iedereen een snoeper, met handen vol kleurrijk snoepgoed.
  • Als echte snoeper kon hij niet weerstaan aan de geur van versgebakken koekjes in de keuken.
  • Ze noemde zichzelf een snoeper, omdat ze altijd een voorraadje zoetigheid in haar tas had voor onderweg.

Woordoorsprong

Het woord 'snoeper' is afgeleid van 'snoep', dat afkomstig is van het Middelnederlandse 'snoep', wat zoetigheid betekent. Deze termen zijn verbonden met de liefde voor zoete traktaties.

Veelgestelde vragen over snoeper

Wat is de betekenis van snoeper?

snoeper betekent: liefhebber van zoetigheden

Hoeveel betekenissen heeft snoeper?

snoeper heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft snoeper?

snoeper is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van snoeper?

Synoniemen van snoeper zijn: grourmet, lekkerbek, likkebaard, likkepot, zoetekauw.

Hoe gebruik je snoeper in een zin?

Voorbeeld: “Slakken. Strooi tegen het vallen van de avond paneermeel op een tegelpad vlak bij begroeiing. Wacht een paar uur, vang de snoepers en laat ze ergens vrij waar ze geen kwaad kunnen. Of vul een jampotje zonder deksel met bier en graaf het in de grond, laat het glas ongeveer een centimeter boven de grond uitsteken. De slakken verdrinken erin.25 {{Aut|Groothuis, Diet

Etymologie

* van snoepen

Vertalingen

Engelsgourmand, gastronome