Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
snotkoker
mannelijk (de)/หsnษtkokษr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) (informeel) (pejoratief) orgaan tussen de ogen en de mond, gebruikt om te ruiken en adem te halenWe merken er bijvoorbeeld weinig van als ze een kind niet mogen. Je ziet ze niet denken: dat kind met die snotkoker, gatverdamme, en hij stinkt ook nog. Die knop kunnen ze goed omzetten.
- (landbouw) (gereedschap) metalen buis om zieke bloembollen te verwijderenOp een foto van een ziekzoeker in een bollenveld (iemand die zieke planten verwijderde met behulp van een apparaat dat โsnotkokerโ heette) heeft hij een prominent aanwezige toeschouwer weggeretoucheerd en vervangen door een weggetje door het bollenveld.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek