neus
mannelijk (de)/nøs/
Wat is de betekenis van neus?
neus betekent: (anatomie) orgaan dat gebruikt wordt bij de ademhaling en om te ruiken
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) orgaan dat gebruikt wordt bij de ademhaling en om te ruiken
- (metonymisch) het reukvermogen
- (figuurlijk) het voorste deel van bepaalde voorwerpen
Voorbeelden van "neus" in een zin
- Mensen halen meer adem via hun neus dan via hun mond.
- Haar neus ligt bijna op de stuurpen als ze de laatste krachten in het geteisterde gestel aanspreekt.
- Ik nam een selfie (voor de Southern Terminus), deed met veel moeite mijn rugzak om, draaide mijn neus richting Canada en begon te lopen.
- Je hebt er echt een neus voor!
- De neus van het vliegtuig was beschadigd.
Etymologie
* In de betekenis van ‘reukorgaan’ voor het eerst aangetroffen in 1236
Uitdrukkingen
- bij de neus nemen
- Doen alsof je neus bloedt — Doen alsof je van niets weet of iets belangrijks niet opmerkt, wegkijken (lett: het hoofd wegdraaien, zoals men meestal ook doet bij een bloedneus)
- Een bril op de neus krijgen — Geen vrij uitzicht of vrije ruimte meer hebben
- Een lange neus maken — De tong uitsteken, iemand iets inpeperen (Jaloers maken)
- Een wassen neus
- Ergens zijn neus voor ophalen/optrekken — Zich te goed vinden om iets te doen
- Geen knip voor de neus waard zijn — Zijn vak niet kennen en er geen verstand van hebben
- Het deksel op de neus krijgen — Tegenslag ondervinden, niet zijn zin krijgen
Vertalingen
Engelsnose, peak, point
Fransnez
DuitsNase
Spaansnariz, cima, extremo
Italiaansnaso
Portugeesnariz
Russischнос
Chinees鼻子
Japans鼻
Koreaans코
Turksburun
Poolsnos
Zweedsnäsa
Deensnæse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek