woorden
boek
Start
›
N
›
neusbeer
neusbeer
mannelijk (de)
/ˈnøzber/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
roofdieren
(roofdieren) bepaald soort zoogdier, , dat in Midden- en Zuid-Amerika leeft
Vertalingen
Engels
Coati
Frans
coati
Duits
Nasenbär
Spaans
coatí, cuatí
Verwante woorden
neus
neus-
neus-keelholte
neusaap
neusademhaling
neusamandel
neusamandelen
neusapen
neusbeen
neusbeenderen
neusbeentje
neusbeentjes
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← neusbeentjes
neusbeertje →