neushoorn
mannelijk (de)/ˈnøshorᵊn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (onevenhoevigen) een groot en zwaar zoogdier uit de familie van de dat in Afrika en Azië leeft en gekenmerkt wordt door de hoorn op zijn kop
Etymologie
* In de betekenis van ‘hoefdier’ voor het eerst aangetroffen in 1691
Vertalingen
Engelsrhinoceros, rhino
Fransrhinocéros
DuitsNashorn
Spaansrinoceronte
Italiaansrinoceronte
Portugeesrinoceronte
Russischносорог
Chinees犀牛
Japans犀
Koreaans코뿔소
Arabischالكركدن
Turksgergedan
Poolsnosorożec
Zweedsnoshörning
Deensnæsehorn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek