snul

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een heel eenvoudige, domme man
    Klaar voor een nieuw wielerverhaal: zo zit Tom Boonen (28) met zijn vriendin Lore Vandeweyer (25) voor ons in Monaco. Twee mensen die geluk uitstralen. Een koppel met een ronkende naam, dat wel, maar tegelijk zo doodgewoon gewoon. 'Soms denk ik: waarover gaat het? Over een snul als ik.' De Standaard 02 JANUARI 2009 OM 00:00 UUR | Hugo Coorevits [http://www.standaard.be/cnt/tb24k9rf 'Die donkere dagen zijn een goede zaak geweest']
    Een stelletje yuppievrienden dat elke woensdag bij elkaar komt om samen te eten en een spelletje om ter grootste snul uitnodigen te spelen; daarover gaat de nieuwe voorstelling Smullen en snullen van theaterwerkgroep Aorta. Je kan gaan kijken op vrijdag-, zaterdagavond en zondagmiddag. De Standaard 04 DECEMBER 2007 [http://www.standaard.be/cnt/941kuspj_11 Snullen]
    Johan Vansummeren had het vooral over het waanzinnige eerste koersuur. 'Het is echt hard werken tot de juiste groep wegrijdt', zei hij. 'Daarvoor zat er altijd wel een snul tussen die je liever niet ziet meegaan. Daarna reden we rustig rond tot CSC eensklaps besliste om het tempo de hoogte in te jagen op die berg van eerste categorie. Ik begreep eigenlijk niet goed waarom ze dat deden.' De Standaard 17 JULI 2008 [http://www.standaard.be/cnt/951ucpe7 Belgen peddelen alweer anoniem mee in peloton]
  2. iemand die uit een tovenaarsfamilie komt, maar niet kan toveren (uit de boeken over Harry Potter)