snurk

mannelijk (de)

Wat is de betekenis van snurk?

snurk betekent: keelgeluid (in de slaap)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. keelgeluid (in de slaap)
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snurken
  2. gebiedende wijs van snurken
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snurken

Voorbeelden van "snurk" in een zin

  • Ik snurk.
  • Snurk!
  • Snurk je?

Vertalingen

DuitsSchnarch
Engelssnore