snurk
mannelijk (de)
Wat is de betekenis van snurk?
snurk betekent: keelgeluid (in de slaap)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- keelgeluid (in de slaap)
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snurken
- gebiedende wijs van snurken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snurken
Voorbeelden van "snurk" in een zin
- Ik snurk.
- Snurk!
- Snurk je?
Vertalingen
DuitsSchnarch
Engelssnore
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek