sodomie

vrouwelijk (de)/sodoˈmi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. seksualiteit, verouderd (seksualiteit) (verouderd) homoseksualiteit die seksuele handelingen tussen mannen behelst, in het bijzonder anale penetratie
    {{ouds
  2. seksualiteit, pregnant, verouderd (seksualiteit) (pregnant) (verouderd) anale penetratie als seksuele handeling (ongeacht het geslacht van de betrokkenen)
  3. seksualiteit, juridisch, historisch (seksualiteit) (juridisch) (historisch) 'tegennatuurlijke' seksuele handelingen (in praktijk, tussen mannen), dat wil zeggen alle seksuele handelingen die niet gericht zijn op de voortplanting door middel van penis-vaginaal geslachtsverkeer
    Homoseksualiteit was tot 1967 strafbaar in het Verenigd Koninkrijk. Mannen bij wie ‘sodomie’ niet bewezen kon worden, konden nog altijd veroordeeld worden wegens ‘flagrante obsceniteit’. Het overkwam onder anderen schrijver Oscar Wilde in 1895 en wiskundige Alan Turing in 1957 (rechts op de foto).In 1967 werd seks tussen twee meerderjarige partners van hetzelfde geslacht legaal in Engeland en Wales. Schotland en Noord-Ierland volgden in 1980 en 1982. De leeftijdsgrens van meerderjarigheid werd in stappen verlaagd tot 16 jaar in 2001. NRC Bas Tooms 20 oktober 2016
    De uitspraak van het Hooggerechtshof is een nederlaag voor de homobewegingen die tegen de wet van Georgia in het geweer waren gekomen. In de wet wordt „sodomie" omschreven als „iedere seksuele daad waarbij de geslachtsorganen van de ene persoon en de mond of anus van een ander betrokken zijn".

Etymologie

*afgeleid van "Sodom" een stad genoemd in (vooral: Genesis [https://www.statenvertaling.net/bijbel/gene/19.html 19:5]), bekend om haar zedeloosheid en losbandigheid