homoseksualiteit

vrouwelijk (de)/ˌhomoˌsɛksywaliˈtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lhbt (lhbt) seksuele voorkeur voor leden van hetzelfde geslacht
    Zelf was hij niet zozeer overtuigd dat zijn homoseksualiteit verkeerd was, maar uit angst voor afwijzing en veroordeling hield hij dat lang voor zichzelf.
    De onzedelijkheid onder de Chineezen is inderdaad bijkans ongeloofelgk. De homosexualiteit is hier niet als bij westersche volken een nu en dan voorkomend, alleen staand feit, maar een bestaande toestand
    (Duitsland, 1983) NAVO-generaal ten val gebracht door geruchten over homoseksualiteit[https://historiek.net/kiessling-affaire-ontslag-navo-generaal/173697/ historiek.net/]

Etymologie

*vermoedelijk ontleend aan "Homosexualität", op te vatten als afgeleid van seksualiteit , aangetroffen vanaf 1886 (zie vindplaats hieronder)Het Duitse woord is in 1869 bedacht door de Duits-Hongaarse journalist

Vertalingen

Engelshomosexuality
Franshomosexualité
Spaanshomosexualidad