soepel

/'supəł/

Wat is de betekenis van soepel?

soepel betekent: gemakkelijk buigend en zich aanpassend

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. woorden met boekreferenties gemakkelijk buigend en zich aanpassend
  2. figuurlijk_in_het_nederlands, woorden met boekreferenties weinig problemen ondervindend

Voorbeelden van "soepel" in een zin

  • Het leer was door invetten weer soepel geworden.
  • Ik moest leren me meer aan te passen en soepeler te worden, wat nog best wennen was voor mij.
  • De zaak werd op een soepele manier afgehandeld.
  • Er zorg voor dragen dat de tekst soepel liep.

Betekenis en uitleg van soepel

Het woord 'soepel' beschrijft iets dat gemakkelijk en zonder veel weerstand beweegt of verandert. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk worden gebruikt om iets aan te duiden dat niet stijf of rigide is.

Je kunt 'soepel' gebruiken in verschillende contexten, zoals wanneer je het hebt over een soepel lopende motor of een soepel gesprek waarin de communicatie vrij en gemakkelijk verloopt. Het woord heeft vaak een positieve connotatie, waar het duidt op flexibiliteit en toegankelijkheid. In sportcontexten kan 'soepel' ook verwijzen naar een gracieus en efficiënt bewegingspatroon.

Voorbeelden

  • De danseres beweegt soepel over het podium, wat haar optreden betoverend maakt.
  • Hij sprak soepel en overtuigend tijdens de presentatie, waardoor het publiek geboeid bleef.
  • De nieuwe software laat je soepel schakelen tussen verschillende applicaties.

Woordoorsprong

Het woord 'soepel' komt van het Middelnederlandse 'soepel', dat verwant is aan het Duitse 'geschmeidig', wat ook soepel betekent.

Veelgestelde vragen over soepel

Wat is de betekenis van soepel?

soepel betekent: gemakkelijk buigend en zich aanpassend

Hoeveel betekenissen heeft soepel?

soepel heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je soepel in een zin?

Voorbeeld: “Het leer was door invetten weer soepel geworden.

Etymologie

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘buigzaam’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1899

Vertalingen

Duitsflexibel, beugsam, biegsam
Engelssupple, smooth, flexible
Spaansfácil, flexible