soepel

/'supəł/

Wat is de betekenis van soepel?

soepel betekent: gemakkelijk buigend en zich aanpassend

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. woorden met boekreferenties gemakkelijk buigend en zich aanpassend
  2. figuurlijk_in_het_nederlands, woorden met boekreferenties weinig problemen ondervindend

Voorbeelden van "soepel" in een zin

  • Het leer was door invetten weer soepel geworden.
  • Ik moest leren me meer aan te passen en soepeler te worden, wat nog best wennen was voor mij.
  • De zaak werd op een soepele manier afgehandeld.
  • Er zorg voor dragen dat de tekst soepel liep.

Etymologie

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘buigzaam’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1899

Vertalingen

Duitsflexibel, beugsam, biegsam
Engelssupple, smooth, flexible
Spaansfácil, flexible