sok

mannelijk/vrouwelijk (de)/sɔk/

Wat is de betekenis van sok?

sok betekent: (kleding) kous die tot net boven de enkel komt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) kous die tot net boven de enkel komt
  2. dierkunde (dierkunde) bij viervoeters het anders gekleurde, onderste deel van de poot
zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) verbindingsstuk dat over twee buizen geschoven wordt om ze te verbinden, mof [3]

Voorbeelden van "sok" in een zin

  • Na alle ellende met de banken en zakkenvullerij had de oude man net als in de crisistijd zijn geld maar weer in een ouwe sok onder het bed gestopt.
  • Om te voorkomen dat ik blaren zou krijgen had ik een dubbele laag sokken aangedaan (Darn Tough en Injinji teensokken).

Betekenis en uitleg van sok

Een sok is een kledingstuk dat je voet en enkel bedekt. Het is meestal gemaakt van textiel en komt in verschillende lengtes en stijlen, van korte enkelsokken tot lange kniekousen.

Sokken worden vaak gedragen onder schoenen om comfort te bieden en wrijving te verminderen. Ze zijn er in allerlei kleuren en patronen, waardoor ze niet alleen functioneel zijn, maar ook een modeaccessoire kunnen vormen. In de winter zijn warme sokken een must om je voeten warm te houden.

Voorbeelden

  • Na een lange dag voelde ik me heerlijk ontspannen toen ik mijn schoenen uitdeed en mijn zachte, warme sokken aantrok.
  • Tijdens de koude wintermaanden draag ik altijd wollen sokken om mijn voeten lekker warm te houden.
  • De kinderen hadden hun sokken vol met zand gestopt na een dag op het strand spelen.

Woordoorsprong

Het woord 'sok' komt van het Oudnederlands 'sok', dat verwant is aan het Engelse 'sock'.

Veelgestelde vragen over sok

Wat is de betekenis van sok?

sok betekent: (kleding) kous die tot net boven de enkel komt

Hoeveel betekenissen heeft sok?

sok heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft sok?

sok is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je sok in een zin?

Voorbeeld: “Na alle ellende met de banken en zakkenvullerij had de oude man net als in de crisistijd zijn geld maar weer in een ouwe sok onder het bed gestopt.

Etymologie

*[B] Waarschijnlijk via het e "socket" te herleiden tot het e "soc", "ploegschaar" en het Latijnse "succos" of "soccos"se. Mogelijk uiteindelijk van Keltische oorsprong.

Uitdrukkingen

  • De sokken zettenWeglopen
  • Op zijn sokken winnenWinnen zonder enige moeite te hoeven doen
  • Een beer op sokkenEen groot en plomp iemand
  • Een held op sokkenEen lafbek
  • Van de sokken gaanTegen de grond gaan, flauwvallen, omvallen etc.

Vertalingen

Engelssock
Franschaussette
DuitsSocke, Strumpf
Spaanscalcetín, camiseta, manguito
Portugeesmeia
Russischносок
Turksçorap
Poolsskarpeta
Zweedssocka
Deenssok, strømpe