solden

meervoud/ˈsɔldə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkoop tegen verlaagde prijzen, in de regel van aan het einde van het seizoen overgebleven producten
    De onderneming die haar goederen in de solden wil verkopen, moet dat doen tegen verlaagde prijzen.
    Minister van Middenstand en KMO’s Willy Borsus denkt na over een hervorming van de solden.
  2. periode waarin sommige producten tegen verlaagde prijzen worden verkocht
    Voorafgaand aan de solden zit de sperperiode.
    Heel wat Vlamingen meten zich tijdens de solden een nieuwe garderobe aan, maar er zit een addertje onder het gras: meer dan 1 Vlaming op 5 (22,7%) laat zich tijdens de koopjesperiode vangen aan een miskoop.

Etymologie

*[C]: "solde" met de uitgang -en