sorbet

mannelijk (de)/ˈsɔrbɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ijsgerecht waarbij allerlei vruchtensappen of siropen over fijngemalen ijs (bevroren water) worden gegoten
    Traditioneel wordt in de Franse keuken sorbet gegeten tussen het voorgerecht en het hoofdgerecht, om de smaak in de mond te neutraliseren; tegenwoordig echter ook daar veelal als nagerecht.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ijsdrank’ voor het eerst aangetroffen in 1669