soufflé

mannelijk (de)/suˈfle/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) warm gerecht met geklopt eiwit
    Een soufflé van kaas.
  2. uitzetbare vouw of wand van een tas met koffermodel, plooi

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, waar het eigenlijk het voltooid deelwoord is van souffler. In de betekenis van ‘gerecht met geklopt eiwit’ voor het eerst aangetroffen in 1863

Vertalingen

Spaanssoufflé, suflé