souperen

/superə(n)/

Wat is de betekenis van souperen?

souperen betekent: (voeding), (ov), (intr) nuttigen van een avondmaaltijd

Betekenis

werkwoord
  1. voeding, ov, intr (voeding), (ov), (intr) nuttigen van een avondmaaltijd
  2. ov , (ov) verbruiken

Voorbeelden van "souperen" in een zin

  • Dat hij en Simon eerst naar het Hótel Des Bains gingen om uitgebreid te souperen. Dat hij zich daar moed indronk en na een paar glazen cognac moest vechten tegen een plotseling opgestoken absurde angst voor het verpletterende gewicht van de kroonluchter boven zijn hoofd, terwijl zijn broer hem onverstoorbaar ernstig bleef instrueren over de finesses van het liefdesspel. {{Aut|Haasnoot, Robert
  • We hadden er meerdere keren gesoupeerd na een toneelstuk en zelfs een keer nadat we naar de bioscoop waren geweest.
  • De partijen van de meerderheid, PS en MR, hebben de grote brokken onder elkaar verdeeld. Samen souperen ze een miljoen euro per jaar op (verhouding: 65/35 procent). De andere partijen moeten zich met kruimels tevredenstellen. Ook de Vlaamse coalitiepartners, Open VLD en tot vorige week SP.A, komen er bekaaid vanaf. Al mag Sven Bousset, kabinetschef van voormalige schepen Ans Persoons (SP.A), niet klagen. de Standaard 17/juni/2017 door bbr, cv, mju, kdm

Etymologie

*uit het Frans

Vertalingen

Engelsdine, sup
Fransdîner, souper