spaander
mannelijk (de)/ˈspandər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- langwerpig stukje hout dat bij het hakken afvaltRondom het houtblok bedekten spaanders de vloer.
Etymologie
* van spanen
Uitdrukkingen
- Geen spaander heel laten van — Vernietigende kritiek leveren op
- Waar gehakt wordt, vallen spaanders — Waar gewerkt wordt, worden ook wel fouten gemaakt
Vertalingen
Engelschip
Franscopeau
DuitsSpan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek