speech

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. redevoering, toespraak, rede, mondelinge voordracht in het openbaar
    De speeches van Obama zijn wereldberoemd.
    Uit de vooraf verspreide speech mocht pas na 8 uur worden geciteerd, maar een medium brak het embargo. Of Wilders gaat afwijken van het geschrevene, moet nog blijken. Tubantia 24 aug. 2012 [https://www.tubantia.nl/binnenland/wilders-haalt-weer-hard-uit-naar-europa~a58d73b5/ Wilders haalt weer hard uit naar Europa]
    Even daarvoor hebben Distel en burgemeester Bleker hun bloemenkransen neergelegd bij het monument. Tientallen Enschedeërs gingen hun voor. Zij plaatsten hun boeketje of bloem in de vazen rond de stenen gedenkplaats. Elk staat er met zijn of haar gedachten. Geen speeches vandaag. Alleen stilte.

Etymologie

*van het Engels

Vertalingen

Engelsspeech
Spaansdiscurso, oración