speelwei

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈspelwɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grasveld waarop men kan spelen of sporten
    Deze plas heeft zowel voor natuur- als watersportliefhebbers veel te bieden. Er zijn diverse strandjes, speelweiden en kanoroutes. Het is een populair gebied en op steenworp afstand van Utrecht en Amsterdam. De Telegraaf 22 juni 2017 [https://www.telegraaf.nl/vrij/1353298/de-mooiste-meren-om-in-te-zwemmen De mooiste meren om in te zwemmen]
    Toch weet de organisatie ook de jeugd te bereiken. Met de speelwei en het dierenparkje bijvoorbeeld. Vooral het doolhof is populair. Ook bij ouders trouwens. Her en der speuren kinderen met een flink stuk karton in hun handen naar antwoorden op vragen in de ”Bollenbozen Kwis”. Reformatorisch Dagblad H. de Boer 9 april 2004 [https://www.rd.nl/archief/2.727/2.731/altijd-een-aangeharkte-tuin-1.211798 Altijd een aangeharkte tuin]
    Naast mijn tuin is een speelwei van de Chiro en het lawaai van de spelende kinderen heeft de beestjes misschien afgeschrikt. Ook het stijgende aantal katten in de buurt maakt het voor hen minder aantrekkelijk om hier te landen. De Standaard 6 februari 2007 [http://www.standaard.be/cnt/gjg17toog Minder vogels wegens zachte winter]