speelweek

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. week dat men speelt
    De familiefilm Dikkertje Dap draait in zijn eerste speelweek in maar liefst 147 bioscopen door het hele land. Dat is een record. Het Parool 3 OKTOBER 2017 [https://www.parool.nl/kunst-en-media/familiefilm-dikkertje-dap-in-recordaantal-bioscopen~a4519739/ Familiefilm Dikkertje Dap in recordaantal bioscopen]
    We rennen naar voren om applaus in ontvangst te nemen. Dankbaar en moe sluiten we deze speelweek van de comedy Husbands And Wives in Amsterdam af. Tubantia Halina Reijn 07-02-17 [https://www.tubantia.nl/algemeen/trots-op-ring~afb8bdc7/ Trots op ring]
    Tennisclubs De Mors, Rijssen, Holten en Enter strijden van maandag 12- tot en met zaterdag 17 juni om de Noaberscup. De wisselbeker gaat naar de vereniging, die aan het einde van deze speelweek de meeste punten heeft verzameld. Tubantia Han Haveman 26-05-17 [https://www.tubantia.nl/rijssen-holten/rijssen-holten-en-enter-strijden-om-noaberscup~af908f57/ Rijssen, Holten en Enter strijden om Noaberscup]