speler
mannelijk (de)/ˈspelər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spel) (sport) een deelnemer aan een spel of sportDit spel wordt gespeeld met twee spelers.Ik geloof niet in een God als derde persoon die een groot plan voor ons heeft waarin wij allemaal simpelweg spelers zijn.
- een partijMicrosoft is een belangrijke speler op de softwaremarkt.
- iemand die toneel speelt, een toneelspeler
- (muziek) iemand die een muziekinstrument bespeelt, muzikant b.v. een hobospeler
- apparaat dat kan (af)spelen b.v. een mp3-speler, cassettespeler, cd-speler, dvd-speler, filmspeler of platenspeler
Etymologie
* Afgeleid van spelen
Vertalingen
Engelsplayer, player, actor
Spaansjugador, jugador, actor
Poolsgracz, gracz
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek