Spieker
mannelijk (de)/ˈspikər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die fraudeert bij een examen of proefwerkVolgens de schoolhoofden zijn er geen spiekers in de kraag gevat tijdens de examens, waar meer dan 9 miljoen studenten aan meededen. Spiekers riskeren maximaal drie jaar niet meer mee te mogen doen aan het examen, waarvan de uitslag bepaalt naar welke universiteit de scholieren gaan. De Telegraaf 8 juni 2015 [https://www.telegraaf.nl/tech/800815/drones-tegen-spiekende-studenten Drones tegen spiekende studenten]Camera's moeten spiekers betrappen: De Erasmus Universiteit gaat camera’s installeren om studenten tijdens het maken van hun tentamens in de gaten te houden, tot grote woede van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). De Telegraaf 4 september 2012 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1213526/camera-s-moeten-spiekers-betrappen Camera's moeten spiekers betrappen]In januari besloot de HvA al tot het inzetten van beveiligingsmedewerkers bij tentamens, nadat twee spiekers de surveillanten hadden uitgescholden en geïntimideerd. Het Parool 19 mei 2009 [https://www.parool.nl/binnenland/bewakers-voor-vu-bij-tentamens~a243599/ Bewakers voor VU bij tentamens]
- opslagplaats voor graanEen belangrijk deel van de vruchtbare grond was domeingoed van de landsheer, die dit exploiteerde door middel van landsheerlijke hoven met horige erven. Bij deze hoven hoorden opslagschuren van graan, de zogeheten spiekers (spijkers), waaruit soms een klein kasteel ontstond. In Twente is dit begrip spieker als zodanig in gebruik gebleven, in Salland is het een term geworden voor een kleine buitenplaats, zoals Soeslo en Vlaminckshorst.
Etymologie
* van spieken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek