spijker
mannelijk (de)/ˈspɛikər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (m) (techniek) metalen pin waarmee twee voorwerpen door doorboring vast verbonden kunnen wordenHij is erg onhandig; hij kan nog geen spijker in een stuk hout slaan!
- (n) opslagplaats voor graan
Etymologie
* In de betekenis van ‘nagel’ voor het eerst aangetroffen in 1284
Uitdrukkingen
- de spijker op de kop slaan
- spijkers met koppen slaan
- spijkers op laag water zoeken
Vertalingen
Engelsnail, hit the nail on the head., get down to business.
Fransclou, faire mouche, aller droit au but.
DuitsNagel, den Nagel auf den Kopf treffen., Haarspalterei betreiben.
Spaansclavo, dar en el clavo., dar en la diana.
Italiaanschiodo, colpire nel segno., venire al sodo.
Portugeesprego, acertar na mosca
Russischгвоздь
Chinees钉子
Japans釘
Koreaans못
Arabischمسمار
Turksçivi
Poolsgwóźdź
Zweedsspik
Deenssøm
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek