spinnenbeet
mannelijk (de)/ˈspɪnə(n)ˌbet/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- greep door de kaken van een geleedpotig dier met acht poten uit de orde of verwonding die door die greep is ontstaanHij danst de Tarantella, die, zo dacht men vroeger, bescherming bood tegen een spinnenbeet, en hij bezoekt de exorbitante paasviering in Nocera, waarbij mensen zich tot bloedens toe verwonden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek