spit

onzijdig (het)/spɪt/

Wat is de betekenis van spit?

spit betekent: draaiende staak waarop men vlees of een geslacht dier spietst en boven of naast een hittebron roostert

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. draaiende staak waarop men vlees of een geslacht dier spietst en boven of naast een hittebron roostert
  2. medisch (medisch) hevige lage rugpijn, lendenpijn

Voorbeelden van "spit" in een zin

  • Ze had een lekker kippetje aan het spit gebraden.

Etymologie

* In de betekenis van ‘braadspit’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelsspit, lumbago, low back pain
Spaansasador, asador de cocina, espetón