verschot

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) pijnscheut, verschietende pijn met name bij spit
    Sinds die lelijke smak heb ik last van verschotjes.
  2. schrik, ontsteltenis
    Of zou tot ons groot verschot, onze grote ontsteltenis, ons groot verdriet of onze grote schande oompje opgesloten worden in een overvolle gevangenis.[http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/09/07/naar-de-hel-commissie-adriaenssens-2 reactie N.A. Mertens 7 sep 2010]
  3. handel (handel) assortiment, verscheidenheid van keuze
    ...hieruit moest natuurlijk een groot verschot van onderscheidene uitdrukkingen ontstaan ... Handleiding tot de kennis van onze vaderlandsche spreekwoorden en spreekwoordelijke zegswijzen, bijzonder van de scheepvaart en het scheepsleven ontleend. {{Aut|J.P. Sprenger van Eijk
  4. voorraad
    Heeft er iemand nog een schoolbord op verschot?
  5. gewoonlijk in het meervoud verschotten, extra in rekening gebrachte kosten