spitsvondigheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de eigenschap dat iets goed doordacht is, met name als het gaat om het vinden van (te) vergezochte argumenten in een discussie
    Veel reformatoren waren onderwezen in de scholastieke theologie, met een speculatief spreken over God. Ze kregen er een afkeer van. Het spreken over God moet volgens Calvijn eenvoudig zijn en geënt zijn op de Bijbel. Spitsvondigheid staat een eerbiedig buigen voor Gods Woord in de weg. Reformatorisch Dagblad Ds. J. M. D. de Heer 29-09-2017 [https://www.rd.nl/opinie/reformatie-laat-ons-het-voorbeeld-van-een-doorleefde-vroomheid-na-1.1433210 Reformatie laat ons het voorbeeld van een doorleefde vroomheid na]
    Iedereen wil goed voor de dag komen maar het gaat daarbij vooral om puur plezier: bij jong en oud. Voor iedereen is er in de optochten plaats. De creativiteit en spitsvondigheid kennen daarbij nauwelijks nog grenzen. De Tubantia 25-02-17 [https://www.tubantia.nl/oldenzaal/carnavalsoptochten-in-de-regio-staan-borg-voor-puur-plezier~aae1da02/ Carnavalsoptochten in de regio staan borg voor puur plezier]

Etymologie

* afleiding van spitsvondig

Vertalingen

Engelssharp-mindedness, sharpness, smartness