splitsen

/ˈsplɪtsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. refl (refl) zich ~: in twee of meer delen uiteen gaan
    Een stuk verderop splitst de weg zich.
  2. ov (ov) iets ~: in twee of meer delen opdelen
    Deze aandelen gaan gesplitst worden.

Etymologie

* In de betekenis van ‘verdelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1570

Vertalingen

Engelssplit, split
Duitsteilen, spalten, teilen
Spaansbifurcarse