spoel

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) een cilindrische vorm (klos) waaromheen een vezel of draad gewonden kan worden (bij het spinnen, weven of machinaal naaien)
    Ook bij grote motieven hoeft u niet meer met borduren te stoppen, om er weer een zelf opgewonden spoeltje met garen in te doen.
  2. elektrotechniek (elektrotechniek) met geleidingsdraad omwonden klos of cilinder, (solenoïde) die de eigenschap van zelfinductie heeft
    Voor de inductantie, ofwel de complexe impedantie Z van een ideale spoel geldt Z_L=j\omega L\!.
  3. fotografie (fotografie) rond voorwerp om film- en geluidsbanden omheen te wikkelen
  4. schietspoel
  5. techniek (techniek) het holle, doorschijnende ondereinde van een veer

Etymologie

* In de betekenis van ‘klos’ voor het eerst aangetroffen in 1477

Vertalingen

Engelsbobbin, inductor, coil
Franscanette, bobine, canette
DuitsSpule, Spule
Spaanscarrete, bobina, bobina
Italiaansinduttore
Poolscewka
Zweedsspole