spon

mannelijk/vrouwelijk (de)/spɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stop in de vorm van een schijf met de vorm van een afgeplatte kegel, waarmee het ronde vulgat in een vat kan worden afgesloten

Etymologie

* "spin" met klinkerwisseling /ɪ/ in /ɔ/