tap

mannelijk (de)/tɑp/

Wat is de betekenis van tap?

tap betekent: uitsteeksel, stomp

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitsteeksel, stomp
  2. techniek (techniek) (conisch) uiteinde van een as
  3. techniek (techniek) uiteinde van een staaf of draadeind
  4. muziekinstrument (muziekinstrument) dunner gemaakte uiteinde van de buis van een blaasinstrument
  5. techniek, metaalbewerking (techniek), (metaalbewerking) hardstalen staafje met schroefdraad waarmee binnendraad wordt getapt
  6. techniek (techniek) houten pen ter borging van een pen-en-gatverbinding
  7. techniek (techniek) afsluiting en aftapkraan van een vat
  8. techniek (techniek) aftak- of aansluitpunt op een kabel of leiding voor water-, gas- elektriciteit, etc.

Voorbeelden van "tap" in een zin

  • Op de plaats waar de tak is afgezaagd is nog altijd een tap zichtbaar.
  • De tappen worden uit de lagers gelicht.
  • De tap van de schroefbout is te lang.
  • De tappen van deze blokfluit mogen wel eens worden ingevet.
  • Een setje van drie tappen.

Etymologie

*van Middelnederlands "tappe" “afsluitpin in een vat”, in de betekenis van “afsluiter” aangetroffen vanaf 1233 Dit woord gaat terug op Germaans *tappan-, *tappon- “afsluitpin, afsluiter”, vergelijk "tap" en "Zapfen"

Vertalingen

Engelspivot, spigot, gudgeon
Franstaraud
DuitsStummel, Stumpf, Zapfen