wig

mannelijk/vrouwelijk (de)/wɪx/

Wat is de betekenis van wig?

wig betekent: (gereedschap) een metalen of houten blok, met twee schuine kanten onder een scherpe hoek, waarmee men iets kan vastklemmen of kan kloven

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) een metalen of houten blok, met twee schuine kanten onder een scherpe hoek, waarmee men iets kan vastklemmen of kan kloven

Voorbeelden van "wig" in een zin

  • Hoe scherper of spitser de wig is, des te sterker de splijtwerking.

Etymologie

* In de betekenis van ‘keg, keil’ voor het eerst aangetroffen in 1046

Vertalingen

Engelswedge
Franscoin
DuitsKeil
Spaanscuña