spontaneïteit
vrouwelijk (de)/ˌspɔntaˌnejiˈtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- herkomst uit een eigen opwelling, niet uitgelokt of teweeggebracht door anderen
Etymologie
*afgeleid van spontaan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*afgeleid van spontaan