spontaniteit
vrouwelijk (de)/ˌspɔntaniˈtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het uit eigen aandrang en zonder nadere overweging handelen; het onvoorbedacht geschieden, tot uiting komen: de spontaniteit van die reactieDe winnaar slaakte een vreugdekreet uit spontaniteit.
- (thermodynamica) de hoedanigheid van het gebeuren zonder moedwillig ingrijpen van de mens in de vorm van toevoeging van energieEen voorwaarde voor spontaniteit is dat de vrije enthalpie vermindert.
Etymologie
*Van het Engelse spontaneity of het Franse spontanéité
Vertalingen
Engelsspontaneity
Fransspontanéité
Spaansespontaneidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek