spookhuis

onzijdig (het)/ˈspokhœys/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kermisattractie waarbij je met een wagentje door een constructie rijdt waarbij je steeds enge dingen tegen komt waarvan je zou kunnen schrikken.
    Het meisje werd door de jongen liefdevol beschermd tijdens de rit door het spookhuis.
  2. een huis waarin het zou spoken
    In Engeland zijn er veel spookhuizen in het meer nuchtere Nederland voelen spoken zich minder thuis en zijn er dan ook veel minder van dit soort betoverde gebouwen.
  3. een oud, leeg en verlaten huis
    Villa Bellevue was een spookhuis geworden, de enige kamers die niet veranderd waren, waren de eetkamer en oma's en opa's slaapkamer.