spoorboom

mannelijk (de)/ˈsporbom/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spoorwegen (spoorwegen) slagboom bij een gelijkvloerse bewaakte spoorwegovergang die het verkeer op de weg tegenhoudt
    De bromfietser laveerde tussen de spoorbomen heen en werd door de trein aangereden.