spraakvermogen

onzijdig (het)

Wat is de betekenis van spraakvermogen?

spraakvermogen betekent: het kunnen spreken; het door het produceren van spraakgeluiden talig kunnen communiceren

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het kunnen spreken; het door het produceren van spraakgeluiden talig kunnen communiceren

Voorbeelden van "spraakvermogen" in een zin

  • Zijn woede gaf hem de beschikking over zijn spraakvermogen terug.
  • Hij werd een paar dagen geleden voor behandeling naar Duitsland gebracht, nadat hij thuis onwel was geworden en zijn zicht en spraakvermogen had verloren. Ook kon hij plotseling niet meer lopen. Dat was kort nadat hij bij een hoorzitting was geweest.

Veelgestelde vragen over spraakvermogen

Wat is de betekenis van spraakvermogen?

spraakvermogen betekent: het kunnen spreken; het door het produceren van spraakgeluiden talig kunnen communiceren

Welk woordgeslacht heeft spraakvermogen?

spraakvermogen is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je spraakvermogen in een zin?

Voorbeeld: “Zijn woede gaf hem de beschikking over zijn spraakvermogen terug.