spreekkoor

onzijdig (het)/'sprekor/

Wat is de betekenis van spreekkoor?

spreekkoor betekent: een groep mensen die gezamenlijk leuzen schreeuwt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een groep mensen die gezamenlijk leuzen schreeuwt
  2. de leus die door een groep mensen gezamenlijk wordt uitgeschreeuwd

Voorbeelden van "spreekkoor" in een zin

  • Ralph zweeg verder, maar wachtte tot de optocht dichterbij zou komen. Ze konden het spreekkoor duidelijk horen, maar de afstand was nog te groot om de woorden te kunnen verstaan. {{Aut|Golding, William
  • Ondanks de protesten ging het bezoek door. Hirohito bezocht Rotterdam, het Rijksmuseum en Artis, waar hij werd verwelkomd met een spreekkoor ' Hirohitler'. Voor zijn diner op Soestdijk vertoonden Juliana, Bernhard, Beatrix en Claus zich met hem op het bordes. {{Aut|Withuis, Jolande
  • De Europese voetbalbond UEFA gaat AS Roma niet vervolgen voor de racistische spreekkoren van de fans tijdens de Champions League-wedstrijd in Londen tegen Chelsea.Tubantia 17-NOVEMBER-2017
  • De Joodse organisaties: Stichting Bestrijding Antisemitisme en Federatief Joods Nederland hebben gisteren aangifte gedaan tegen voetbalclub FC Utrecht. Supporters van de club zouden antisemitische spreekkoren hebben gezongen tijdens de thuiswedstrijd van zondag tegen Ajax.NRC 8 april 2015

Vertalingen

Engelschorus
DuitsSprechchor, Sprechchor