spreektijd

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tijd die je in een vergadering mag spreken
    Naarmate het debat vorderde diende de mislukte militaire coup voor de meeste fractievoorzitters steeds meer als stootkussen om hun eigen punten voor binnenlands gebruik te maken. Dat ondervond vooral het Kamerlid Kuzu die met zijn partij Denk de verkiezingen in wil gaan. Hij had slechts twee minuten spreektijd maar werd door al zijn collega’s zwaar aangevallen waardoor hij veel langer achter het spreekgestoelte kon staan en onverstoorbaar antwoordde. Kuzu weigerde een veroordeling uit te spreken over de reactie van de Turkse president Erdogan. Mark Kranenburg NRC 14 september 2016
  2. de tijd die je kunt telefoneren met je telefoon voordat de batterij leeg is
    Mijn telefoon kan maximaal 100 uur stand-by staan en heeft een spreektijd van 4 uur voordat de batterij leeg is.