sprei
vrouwelijk (de)/sprɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een soms kunstig versierd kleed waarmee een opgemaakt bed afgedekt wordt
Etymologie
* In de betekenis van ‘dek op bed’ voor het eerst aangetroffen in 1600
Vertalingen
Engelsbedspread, counterpane, coverlet
Spaanscolcha
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek