spreiden
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) wijd uiteendoenHij spreidde zijn benen en zette zich schrap.'Kunnen we niet nog een laatste drankje nemen en eerst wat praten?'vroeg ze en ze spreidde vertwijfeld haar armen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘uiteenplaatsen, gelijkmatig verdelen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Engelslay out, spread, spread out
Spaansdesenvolver, extender, tender
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek