sprengen
/ˈsprɛŋə(n)/
Wat is de betekenis van sprengen?
sprengen betekent: sprenkelen, strooien, besprenkelen
Betekenis
werkwoord
- sprenkelen, strooien, besprenkelen
- met zout bestrooien, pekelen
Voorbeelden van "sprengen" in een zin
- Evenwel kon niemand behalve de priester de offerande opofferen, door het bloed te nemen en het rondom over de altaar te sprengen (Leviticus 1:1-5).
- En in Ezechiël 36:25 wordt gezegd: „Ik zal rein water op u sprengen.” Dat betekent: „Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u” (Zach. 12:10, Joh. 7:38, Openb. 22:1).
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek