spreuk
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een kort, kernachtig, zinrijk gezegdeZijn spreuken genieten grote bekendheid.
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands sprōke, sprooc ‘gezegde, kort verhaal, gedicht’, uit Oergermaans *spruki, ablautend verbaalabstractum bij *sprekan-, waarvoor zie spreken. Nevenvorm van sproke. Evenals Nederduits Spröök ‘gezegde’ en Duits Spruch ‘gezegde; geklets; dictum (v.e. vonnis)’.
Vertalingen
Engelsaphorism, proverb
Spaansaforismo, dicho, máxima
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek