sproeien

/ˈsprujə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een vloestof in fijne druppeltjes op iets spuiten
    Ik heb de rozen even gesproeid.

Etymologie

* In de betekenis van ‘in fijne stralen uitstorten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1657

Vertalingen

Engelsspray