sproeier

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) apparaat om mee te sproeien
  2. iemand die sproeit
  3. werktuigbouwkunde (werktuigbouwkunde) deel van een carburateur
  4. sproeikop

Etymologie

* van sproeien

Vertalingen

Spaansboquilla, eyector, manguera