spruitkool

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding, groente, bloemplanten (voeding) (groente) (bloemplanten) een variëteit van een koolsoort waarvan de gekookte okselknoppen als "spruitjes" gegeten worden.
    Kool hadden ze volop gehad, witte kool en rooiekool en savoyekool en boerenkool en spruitkool.J.F. van Druten, [https://books.google.nl/books?id=6iBmAAAAcAAJ&q=spruitkool&dq=spruitkool&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwjRpOb5_ZXOAhXI8RQKHccNC1c4UBDoAQgbMAA Kameleon, Volume 1], 1899, p. 109

Vertalingen

EngelsBrussels sprout
DuitsRosenkohl