spruit
Wat is de betekenis van spruit?
spruit betekent: een uitloper aan een plant
Betekenis
- een uitloper aan een plant
- (groente) een uitloper van de spruitkool Brassica
- overdrachtelijk iemands kinderen
- (scheepvaart) een onderdeel van de verstaging van een zeilschip
- (molenaarsambacht) een van twee horizontale balken waaraan de staart van een bovenkruier bevestigd is
Voorbeelden van "spruit" in een zin
- Er zitten een heel stel nieuwe spruiten aan die plant.
- We hebben lekker spruitjes gegeten.
- Niemand is geïnteresseerd in het verhaal van een adellijke dochter van vlees en bloed, een dochter die in haar bed plaste, die zich verveelde, ruziemaakte met haar familie en net als elk sterfelijk kind haar neus optrok voor spruitjes. Ik wil echter ook niets afdoen aan de bewieroking van de prinses, want zowel de aanbedene als degenen die aanbidden ontlenen daar te veel plezier aan.
- Ik moet nog even de spruiten naar bed brengen.
- Dean en zijn vriendin Jamie werden vorige week ouders van hun eerste kindje. De zanger is zelf geboren in Londen en toevallig is dit ook de naam geworden voor de kleine spruit. "Tot mijn verbazing kwam Jamie er opeens mee. En omdat zoveel familie die ik liefheb in Londen woont, vond ik het een superidee." De Telegraaf 05 feb. 2013 [https://www.telegraaf.nl/entertainment/1137603/speciale-tattoo-voor-dean-saunders Speciale tattoo voor Dean Saunders]
Betekenis en uitleg van spruit
Een spruit is een jonge scheut of tak die uit een plant groeit, maar het woord wordt ook vaak gebruikt om te verwijzen naar de spruitjes, een populaire groente. Het is een symbool van groei en vernieuwing en wordt vaak geassocieerd met de natuur en tuinieren.
Het woord 'spruit' wordt vaak gebruikt in de context van botanica en landbouw, maar ook in informele gesprekken over voeding, vooral als het gaat om gezonde gerechten. Spruiten zijn veelgebruikt in de Nederlandse keuken, vooral tijdens de wintermaanden. De term kan ook figuurlijk gebruikt worden om te verwijzen naar jonge mensen of kinderen, met een nadruk op hun potentieel en ontwikkeling.
Voorbeelden
- De tuin was vol met spruiten die in de lente uit de grond begonnen te komen.
- Bij het kerstmaal stonden er heerlijke spruitjes op tafel, perfect gekruid en gekookt.
- Die spruit in de klas heeft zoveel talent; ik kan niet wachten om te zien waar hij terechtkomt.
Woordoorsprong
Het woord 'spruit' stamt vermoedelijk af van het Middelnederlandse 'spruyt', dat 'scheut' of 'tak' betekent, en heeft verwante vormen in andere Germaanse talen.
Veelgestelde vragen over spruit
Wat is de betekenis van spruit?
spruit betekent: een uitloper aan een plant
Hoeveel betekenissen heeft spruit?
spruit heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft spruit?
spruit is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je spruit in een zin?
Voorbeeld: “Er zitten een heel stel nieuwe spruiten aan die plant.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘loot’ voor het eerst aangetroffen in 1351