spruit
mannelijk (de)/sprœyt/
Wat is de betekenis van spruit?
spruit betekent: een uitloper aan een plant
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een uitloper aan een plant
- (groente) een uitloper van de spruitkool Brassica
- overdrachtelijk iemands kinderen
- (scheepvaart) een onderdeel van de verstaging van een zeilschip
- (molenaarsambacht) een van twee horizontale balken waaraan de staart van een bovenkruier bevestigd is
Voorbeelden van "spruit" in een zin
- Er zitten een heel stel nieuwe spruiten aan die plant.
- We hebben lekker spruitjes gegeten.
- Niemand is geïnteresseerd in het verhaal van een adellijke dochter van vlees en bloed, een dochter die in haar bed plaste, die zich verveelde, ruziemaakte met haar familie en net als elk sterfelijk kind haar neus optrok voor spruitjes. Ik wil echter ook niets afdoen aan de bewieroking van de prinses, want zowel de aanbedene als degenen die aanbidden ontlenen daar te veel plezier aan.
- Ik moet nog even de spruiten naar bed brengen.
- Dean en zijn vriendin Jamie werden vorige week ouders van hun eerste kindje. De zanger is zelf geboren in Londen en toevallig is dit ook de naam geworden voor de kleine spruit. "Tot mijn verbazing kwam Jamie er opeens mee. En omdat zoveel familie die ik liefheb in Londen woont, vond ik het een superidee." De Telegraaf 05 feb. 2013 [https://www.telegraaf.nl/entertainment/1137603/speciale-tattoo-voor-dean-saunders Speciale tattoo voor Dean Saunders]
Etymologie
* In de betekenis van ‘loot’ voor het eerst aangetroffen in 1351
Vertalingen
Engelssprout, shoot, Brussels sprout
Franschou de Bruxelles
DuitsRosenkohl
Spaansretoño, vástago, brote
Italiaanscavolini di Bruxelles
Portugeescouve-de-bruxelas
Russischбрюссельская капуста
Chinees抱子甘藍
Japansメキャベツ
Koreaans방울다다기
Arabischكرنب بروكسل
Turksbrüksel lahanası
Poolskapusta brukselska
Zweedsbrysselkål
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek