spurten
/ˈspʏrtə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (intr) korte tijd extra vaart maken
- (intr) (sport) in een race korte tijd het tempo sterk verhogen om andere deelnemers af te schudden
Etymologie
*[zelfstandig naamwoord] spurt met uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek