sputum
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vocht dat in de mond vloeit uit de speekselklieren
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘speeksel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1901
Vertalingen
Engelsspittle, sputum
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek