squaw
vrouwelijk (de)/skwɔː/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) indiaanse vrouwDit keer mochten de mannen met Phrygische mutsen en de op squaws lijkende vrouwen wel stormachtig applaus in ontvangst nemen. Daarentegen kon het nieuwe ballet van Sasha Waltz rekenen op een mengeling van bijval en boegeroep. Zeker na een confrontatie met de genialiteit van het origineel deed het een beetje aan als een verwaterde versie, een soort West Side Story in kleurige soepjurken. NRC Hans Beerekamp 30 mei 2013
Etymologie
*via """ van het "squàw" “vrouw”; in de betekenis van ‘indiaanse vrouw’ aangetroffen vanaf 1912
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek