staak

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lange stok die als steun in de grond is gezet
  2. doelpaal
  3. lang, mager persoon

Etymologie

* In de betekenis van ‘paal’ voor het eerst aangetroffen in 1165

Vertalingen

Engelsstake
DuitsPfosten
Spaansestaca, pilote