staak
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lange stok die als steun in de grond is gezet
- doelpaal
- lang, mager persoon
Etymologie
* In de betekenis van ‘paal’ voor het eerst aangetroffen in 1165
Vertalingen
Engelsstake
DuitsPfosten
Spaansestaca, pilote
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek